Syndroom van Sjögren en het gebit

Mensen met het syndroom van Sjögren krijgen veel sneller gaatjes dan gemiddeld. De oorzaak is de droge mond. Speeksel beschermt de tanden, en bij Sjögren maken de speekselklieren daar te weinig van aan. Zonder extra zorg gaat het gebit soms in een paar jaar flink achteruit, ook bij iemand die altijd goed poetste. Dit artikel legt uit hoe dat komt, wat helpt, hoe vaak een controle bij de tandarts nodig is en hoe het zit met de vergoeding van tandartskosten.

Tandenborstel, tandpasta, ragers, suikervrije kauwgom en een glas water op een wastafel
Fluoride, ragers, suikervrije kauwgom en regelmatig een slokje water helpen het gebit te beschermen bij een droge mond.

Waarom een droge mond gaatjes geeft

Speeksel doet meer dan de mond vochtig houden. Het spoelt etensresten weg, neutraliseert zuren na het eten en herstelt kleine beschadigingen in het tandglazuur. Bij Sjögren valt die bescherming voor een groot deel weg.

Gaatjes ontstaan dan vaak op plekken waar ze normaal weinig voorkomen, zoals bij de tandhals en langs de randen van oude vullingen. Ook slijtage van het glazuur door zuur (tanderosie), problemen met het tandvlees en schimmelinfecties in de mond komen vaker voor. Lees meer over de droge mond en andere symptomen van het syndroom van Sjögren.

Fluoride: de belangrijkste bescherming

Fluoride maakt het tandglazuur sterker en helpt het te herstellen. De Amerikaanse Sjögren’s Foundation stelde samen met de Amerikaanse tandartsenvereniging een richtlijn voor het voorkomen van gaatjes bij Sjögren op. Het sterkste advies daarin: iedereen met Sjögren en een droge mond hoort extra fluoride te gebruiken. Welk middel en hoe vaak, laat de richtlijn aan de tandarts over.

Naast fluoridetandpasta schrijft de tandarts vaak een fluoridegel of een mondspoeling met natriumfluoride voor. In de praktijk brengt de tandarts of mondhygiënist soms ook een fluoridelak aan. Voor de gel en de mondspoeling gelden een paar vaste regels:

  • Gebruik het middel na het tandenpoetsen, het liefst vlak voor het slapengaan. De fluoride werkt dan het langst door.
  • Spuug de vloeistof of gel uit en slik niets door.
  • Eet en drink het eerste halfuur daarna niets.

Dagelijkse verzorging

Tandplak, het laagje bacteriën op de tanden, zorgt bij een droge mond sneller voor schade. Grondig schoonmaken telt daarom extra mee.

  • Poets minstens twee keer per dag met fluoridetandpasta.
  • Maak elke dag de ruimtes tussen de tanden schoon met ragers, stokers of floss.
  • Wacht na iets zuurs, zoals fruit, sap of frisdrank, een uur met poetsen. Zuur verzwakt het glazuur tijdelijk.
  • Kies een mondspoelmiddel zonder alcohol. Alcohol droogt de mond verder uit.

Eten en drinken

Elke keer dat er suiker of zuur in de mond komt, krijgt het glazuur een zuuraanval. Normaal herstelt speeksel die schade tussen de maaltijden. Bij Sjögren lukt dat slecht. Het aantal eet- en drinkmomenten met suiker of zuur is daarom belangrijker dan de hoeveelheid.

  • Houd zoetigheid zoveel mogelijk bij de maaltijden en beperk tussendoortjes.
  • Drink door de dag heen kleine slokjes water in plaats van sap of frisdrank.
  • Kies tegen een droge mond suikervrije pepermuntjes of zuigtabletten. Gewone snoepjes en zuurtjes geven juist veel gaatjes.
  • Eet bij voorkeur smeuïge, vochtrijke gerechten, zoals soep, yoghurt of stamppot. Droge crackers en beschuit plakken makkelijk aan de tanden.

Speeksel stimuleren

Werken de speekselklieren nog een beetje, dan helpt veelvuldig kauwen om meer speeksel te maken. Suikervrije kauwgom of pastilles, bijvoorbeeld met xylitol, zijn daarvoor geschikt. Ook bestaat er een medicijn op recept, pilocarpine. Dat stimuleert de speekselklieren meestal binnen twintig minuten, voor een paar uur. Meer over pilocarpine en kunstspeeksel staat bij de behandeling van het syndroom van Sjögren.

Tandartsen gaan ervan uit dat meer speeksel ook minder gaatjes betekent. Onderzoek bij mensen met Sjögren heeft dat nog niet aangetoond. Het advies in de richtlijn is daarom gebaseerd op de ervaring van deskundigen. Speeksel stimuleren komt dus naast fluoride, niet in plaats daarvan.

Vaker naar de tandarts en mondhygiënist

De Nationale Vereniging Sjögrenpatiënten (NVSP) adviseert om drie tot vier keer per jaar naar de tandarts te gaan, met ondersteuning van een mondhygiënist. Zo ontdekt de tandarts een gaatje op tijd, als het nog klein is. Het helpt om bij de tandarts te melden dat het om Sjögren gaat, en welke medicijnen er gebruikt worden. Sommige medicijnen maken de mond nog droger.

Ontstaan er toch veel gaatjes bij de tandhals, dan heeft de tandarts nog extra middelen. Voorbeelden zijn een gel of spoeling met chloorhexidine, die bacteriën remt, en een spoeling met calcium en fosfaat, die het glazuur helpt herstellen. De richtlijn noemt deze middelen als aanvulling op fluoride. Het bewijs voor chloorhexidine is zwak.

Een gewoon kunstgebit zit in een droge mond vaak slecht en schuurt sneller. Bij flink tandverlies werkt een klikgebit op implantaten meestal beter.

Vergoeding van tandartskosten

Voor volwassenen valt tandartszorg normaal niet onder de basisverzekering. Bij Sjögren is soms wel vergoeding mogelijk, als ‘bijzondere tandheelkunde’. Dat geldt bijvoorbeeld voor controles, behandeling door de mondhygiënist, vullingen, fluoridebehandelingen en soms kronen of implantaten. Deze zorg valt wel onder het eigen risico. Bij bijvoorbeeld een kunstgebit of implantaten kan de verzekeraar daarnaast een eigen bijdrage vragen.

De tandarts vraagt vooraf toestemming (een machtiging) aan bij de zorgverzekeraar. Een adviserend tandarts van de verzekeraar beoordeelt die aanvraag. Bij een ingewikkelde situatie verwijst de tandarts, huisarts of specialist door naar een centrum voor bijzondere tandheelkunde, dat de aanvraag dan regelt. Een sterke aanvraag bevat onder meer:

  • Het behandelplan en een schatting van de kosten.
  • Gebitsfoto’s en het behandeldossier.
  • Een beschrijving van de droge mond, en een speekselonderzoek als dat er is.
  • De vastgestelde diagnose Sjögren.

De diagnose Sjögren alleen is niet genoeg. Uit de aanvraag moet blijken dat het gebit zonder deze zorg niet goed kan blijven functioneren. Afwijzingen komen in de praktijk regelmatig voor, dus een goed onderbouwde aanvraag maakt verschil.

Volgt er een afwijzing, dan staat bezwaar bij de verzekeraar open. Daarna is een klacht mogelijk bij de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De NVSP zet de regels op een rij in een overzicht van vergoedingen voor bijzondere tandheelkunde bij Sjögren.

Wanneer eerder naar tandarts of arts

Wacht bij deze klachten niet tot de volgende controle:

  • Pijn in een tand of kies, of een tand die gevoelig is voor warm, koud of zoet.
  • Witte aanslag in de mond, rode branderige plekken of kloofjes in de mondhoeken. Dat wijst vaak op een schimmelinfectie, die goed te behandelen is.
  • Een kunstgebit dat pijnlijke drukplekken geeft.
  • Een speekselklier bij de kaak of voor het oor die dik blijft, langer dan een paar weken. Meld dat bij de huisarts of reumatoloog.